Vraag De grote #pensioenroof, miljarden gestolen uit #ABP-kassen

  • dirko
  • dirko's Profielfoto Onderwerp Auteur
  • Offline
  • Spammer
  • Spammer
  • Als iets niet kan, kan het tóch. Overste Ranft.
Meer
1 week 3 dagen geleden - 1 week 3 dagen geleden #55174 door dirko
Het is tientallen jaren geleden, maar menig gepensioneerde kan zich nu nóg boos maken over ’de greep in de kas’ bij pensioenfonds ABP. Zeker nu er kortingen dreigen bij het fonds. Opeenvolgende kabinetten Lubbers betaalden voor meer dan 30 miljard gulden te weinig premie. „De overheid was verslaafd geraakt aan deze makkelijke bezuiniging.” Maar toenmalig minister Onno Ruding vindt de ingrepen nog altijd verdedigbaar. Een rechtszaak dreigt.

Lech, 30 december 1981. Koningin Beatrix ondertekent tijdens haar wintersportvakantie in Oostenrijk een wijziging van de Algemene Burgerlijke Pensioenwet. De wetswijziging beslaat nauwelijks meer dan een A4’tje, maar zal het begin inluiden van een langslepende geschiedenis. Een episode die ambtenarenpensioenfonds ABP tot op de dag van vandaag achtervolgt.


Toenmalige ministers Ed van Thijn van Binnenlandse Zaken en Fons van der Stee van Financiën willen de pensioenpremie die zij als overheidswerkgever aan het ABP betalen met terugwerkende kracht verlagen, van 22 naar 21 procent. Zij menen dat het fonds rijk genoeg is. Het is een gemakkelijke bezuiniging. De PvdA’er en de CDA’er zien ’de noodzaak om te komen tot een matiging in de ontwikkeling van de collectieve uitgaven’.

Een sprong naar het heden. Corien Wortmann, bestuursvoorzitter van het ABP, geeft aan deze krant een interview over de financiële problemen waarmee het pensioenfonds nu kampt. In een zijlijn van het gesprek komt plots deze historie ter sprake: „We krijgen nog veel vragen over de greep in de kas. Daar kunnen deelnemers nu echt nog woedend over worden.” Begin van dit jaar konden pensioenspaarders bij ABP vragen stellen aan bestuursleden. Er kwamen meer dan 3000 vragen binnen, 342 vragen gingen over ’de greep in de kas’. Ook Telegraaf-lezers wijzen vaak op deze geschiedenis.

„Het is net als met het kwartje van Kok”, zegt Onno Ruding, oud-minister van Financiën. „De ene nieuwsgebeurtenis krijgt veel meer aandacht dan de andere. Als je iets in de krant leest over een politicus die een greep in de kas zou hebben gedaan, maakt dat blijkbaar indruk. Dat dit momenteel nog steeds opspeelt, komt doordat men nu kampt met problemen. Stel dat je een gepensioneerd ambtenaar bent, dan wind je je daarover op.”

Hoofdrolspelers

Ruding zelf is een van de hoofdrolspelers. Het is begin jaren tachtig, een totaal andere tijd. Als de CDA’er aantreedt als opvolger van Van der Stee staat de overheidsbegroting diep in het rood. Jaar na jaar is er een tekort, in 1982 van bijna 6 procent van het bruto binnenlands product. Dat is zelfs tijdens de kredietcrisis niet meer geëvenaard. Kabinet Lubbers I moet schoon schip maken.

Pensioenfonds ABP is dan nog onderdeel van de overheid, van het ministerie van Binnenlandse Zaken om precies te zijn. Dat ambtenarenfonds belegt bijna alleen maar in staatsleningen, grotendeels Nederlandse. Het fonds financiert dus deels de Nederlandse staatsschuld. ABP en schatkist zijn vestzak-broekzak. Nederland betaalt dan nog torenhoge rentes over die staatsobligaties en die rentevergoedingen zijn de rendementen voor het pensioenfonds.

Terwijl de overheid nu heel streng is voor pensioenfondsen, vond de politiek toen dat ze te rijk waren. „Wij vonden als overheid dat het fiscale beleid te gunstig was voor pensioenfondsen”, zegt Ruding nu. „Het was aantrekkelijk voor werkgevers en werknemers om hoge pensioenpremies te betalen, die konden ze namelijk aftrekken. Het gevolg was dat pensioenfondsen voortdurend te veel geld binnenkregen. Dat sloeg negatief neer op de minister van Financiën. Ik kreeg te weinig belasting binnen.”

Via de Wet Brede Herwaardering dreigden Lubbers en Ruding te hoge vermogens van pensioenfondsen af te romen via belastingmaatregelen. „Lubbers wilde op een gegeven moment die pensioenfondsen zelfs nationaliseren”, herinnert een oud-topambtenaar zich. Werkgevers trokken hun conclusies, zegt hij: „Die wet hing als een zwaard van Damocles boven de markt. Dat heeft er in de jaren negentig toe geleid dat veel pensioenfondsen premie-holidays gaven aan bedrijven. Werkgevers hoefden geen premie af te dragen om te voorkomen dat de buffers te hoog werden.”

Nu ondenkbaar, maar dat was de sfeer in die tijd. Op die manier keek het kabinet ook naar ambtenarenfonds ABP. Na de eerste premieverlaging in 1981 zette Ruding dat beleid voort. Jaar na jaar diende het kabinet wetsvoorstellen in om de overheidspremie verder te verlagen. Tot het laagste punt in 1989 – Rudings laatste jaar als minister – was bereikt: de premie was toen nog maar 8,3 procent.

Vandaag de dag vindt Ruding dit nog altijd verdedigbaar. „Het is een groot misverstand dat dit een greep in de kas zou zijn geweest. Men moet zich realiseren dat er grote overreserves waren bij ABP. Ook nadien was er nog een abnormale overdekking. Als iemand zegt dat-ie benadeeld is, is dat echt onzin. We hebben inderdaad maatregelen genomen, omdat het pensioen veel te duur was. Ik noem dat geen greep uit de kas, dat vind ik populisme.”

Ambtenaren zijn er volgens hem niet slechter van geworden: „Een deel van die lagere pensioenpremies hebben wij later benut voor betere ambtenarensalarissen.” De Algemene Rekenkamer stelt in een terugblik iets anders: „De verlagingen van de afdrachten aan het ABP waren voornamelijk bedoeld om het financieringstekort van de Staat terug te dringen.”

Controversieel

Van meet af aan waren de ’uitnamewetten’ – zo heetten ze eufemistisch – controversieel. De Tweede Kamer stemt keer op keer in, maar vraagt zich wel af hoe verstandig het is de premies te verlagen om zo de rijksbegroting op orde te brengen. Ook de Raad van State is kritisch. De adviseurs hekelen dat de minister steeds met terugwerkende kracht voor honderden miljoenen weghaalt bij het ABP, terwijl de pensioenrechten steeds onveranderd blijven.

De tijd tikt door, de rekening telt op. Rudings opvolger Wim Kok verhoogt de premie weliswaar in stapjes enigszins, maar de oorspronkelijke 22 procent komt in de verste verte niet in beeld. Een vakbondsbestuurder uit die tijd: „De overheid was verslaafd geraakt aan deze makkelijke bezuiniging bij ABP. De kritiek nam toe, onder andere van actuarissen die berekenen welke premie bij welke pensioentoezegging hoort. De spanning nam toe.”

Begin jaren negentig neemt minister Ien Dales van Binnenlandse Zaken – we zitten inmiddels bij Lubbers III – het initiatief om ABP te privatiseren. Een adviescommissie van ambtenaren, vakbonden en pensioenbestuurders stelt in 1992 dat het zo niet langer kan. „Continuering van het huidige niet kostendekkende bijdrageniveau betekent dat de financiële problematiek ieder jaar met zo’n 3900 miljoen wordt vergroot.” Jaar op jaar teert het pensioenfonds 4 miljard gulden in. Privatisering is de enige oplossing.

Maar zet Lubbers ABP na de greep in de kas wel financieel gezond weg? Komen die miljarden weer terug? Inmiddels was sprake van ’een financieringsachterstand’ van 32,86 miljard gulden, omgerekend 15 miljard euro, zo schrijft de Rekenkamer naderhand.

De adviescommissie verzint een paar financiële trucs waardoor Lubbers geen miljarden hoeft terug te storten, maar ABP wel op eigen benen kan staan. Met wat gegoochel wordt bijna 20 miljard gulden vrijgespeeld bij de vut en het invaliditeitspensioen. Die regelingen worden uit het pensioen getild, maar de miljarden van de reeds bestaande vut- en invaliditeitsrechten worden aan het ABP-vermogen toegevoegd.

Eindresultaat: ABP heeft 106 gulden in kas voor 100 gulden aan pensioenverplichtingen, een zogeheten dekkingsgraad van 106 procent. „De vakbonden wilden zo graag privatiseren, ze waren benauwd voor Lubbers, dat ze hiermee akkoord gingen”, zegt een voormalig fondsbestuurder. Is het nu netjes gegaan of niet? „Er is redelijk goed afgerekend, maar het fonds is met veel minder kapitaal geprivatiseerd dan we nu eisen. Nu zou dit voor toezichthouder DNB onaanvaardbaar zijn.”

Twijfels

„Het was marginaal, maar maakte wel een nieuwe start mogelijk”, blikt een andere betrokkene terug. De Rekenkamer houdt zich later op de vlakte over de soliditeit van het fonds, maar merkt wel fijntjes op dat de gekozen oplossing voor de overheid ’financieel gunstig’ is. De Raad van State heeft meteen twijfels: „Het is immers ook aan twijfel onderhevig of deze normdekkingsgraad van 106% toereikend zal blijken te zijn.”

De privatisering van ABP ligt alweer 23 jaar achter ons. Toch is het boek nog niet gesloten. Econoom en gepensioneerd ambtenaar Rob de Brouwer wil met Vereniging Pensioenverlies de Nederlandse Staat voor de rechter dagen. Hij spreekt van ’pensioenroof’, zeker nu er kortingen dreigen. Inmiddels zijn al 2500 mensen lid geworden, zo meldt De Brouwer. „Nu wij voldoende ondersteuning hebben via onze leden, die zelf ook met feitenmateriaal komen, kunnen wij beginnen met de selectie van een advocaat en de verdere uitwerking van de aanklacht.”

Het ABP zelf is er nu wel klaar mee. „Toen ABP in 1996 privatiseerde, vond de overheid dat ABP met een schone lei moest kunnen beginnen”, zegt vicevoorzitter José Meijer op de website. „Door de goede afspraken konden we een streep onder het verleden trekken.” Verder wil het fonds er geen woorden meer aan vuil maken: „We willen de onrust onder onze deelnemers niet onnodig voeden met een interview. De feiten en opvatting van ABP staan op onze site. En we hebben daar niets aan toe te voegen.”



-..de Telegraaf

De draad geheel kwijt. Soms Bang, maar altijd Olufsen.!!
Laatst bewerkt: 1 week 3 dagen geleden door dirko.
De volgende gebruiker (s) zei dank u: [Guzzi]
Moderators: dirko
Tijd voor maken pagina: 0.185 seconden