Gebruikerswaardering: 4 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter inactief

De Europese Grondwet verpakt in het Verdrag van Lissabon..

VI)

Tot besluit wordt opgemerkt dat deze problematiek enkel bestaat dankzij de abominabele wetgeving op dit gebied.
Een wettelijk vastgestelde maximale tijdsduur zou niet werkelijk nodig hoeven te zijn. Als er eenvoudigweg een universeel Europees wettelijk minimumloon zou worden vastgesteld (hetgeen door het verdrag expliciet onmogelijk wordt gemaakt, zie bovenstaande paragraaf) en men zou bepalen dat hoe meer uren men werkt dan de basis van 35 (of 40) uur, hoe hoger het salaris per uur wordt (dat dan gaandeweg substantieel toeneemt), dan zou dat terstond op uiterst doelmatige wijze het uitbuiten door bedrijven van misdeelde bevolkingsgroepen tegengaan, terwijl het ook nog eens de werkgelegenheid zou bevorderen...!



  • Uit naam van "de vrede en de internationale veiligheid" maakt dit verdrag het mogelijk om maatregelen op te leggen op elk gebied, politiek, wettelijk, of sociaal, zonder dat daarbij een plaats is gegeven aan de rechten van burgers, of democratische procedures in het algemeen. Zonder in te gaan op de details van één en ander,zij verwezen  naar deel III, en in het bijzonder naar de artikelen III-131, III-258, III-261,

III-278, III-292, III-293, III-294, III-295.

  • Onder het voorwendsel van "consumentenbescherming", zie de artikelen III-235 en III-278 (4), zal men een beleid kunnen opleggen dat personen zal verbieden zelf geheel vrijuit te kiezen om bepaalde alternatieve medische behandelingen te volgen, of legaal bepaalde voedingssupplementen (vitaminen, enzymen, mineralen, kruiden, e.d.) aan te schaffen, zelfs als het nut en de werking van die behandelwijzen en voedingssupplementen in de praktijk al ruim gebleken is.

Indien zulks niet is "bewezen" volgens quasi-wetenschappelijke normen die vastgesteld zijn in diverse dienstenrichtlijnen, dan zal er een verbod op gelden (zoals wordt bepaald in de dienstenrichtlijn 2002/46/EC, dat recentelijk "ongeldig" is verklaard door de Advocaat-generaal van het Europese hof van justitie, hetgeen echter absoluut geen bindende beslissing is), hetgeen met name de grote farmaceutische bedrijven begunstigt, ten koste van kleine ondernemingen en gezondheid van de Europese burgers.
Het zij opgemerkt dat, i.p.v. vast te stellen dat burgers de mogelijkheid wordt geboden alle beschikbare noodzakelijke informatie over dergelijk behandelmethoden en voedingssupplementen te vinden, de Europese regering verkiest als censor op te treden.
Wat is er geworden van de bekende garantie op "vrij verkeer van diensten en goederen"...?

Ze bestaat, vast, maar ook nu weer: niet voor iedereen...

Daarentegen, in plaats van burgers en het milieu te beschermen tegen de gevolgen van (het merendeel van de) genetisch gemodificeerde organismen, die beslist vernietigend en ziekmakend zullen zijn, zal het verdrag bedrijven die dergelijke organismen verkopen vrij spel geven, dankzij het feit dat dit verdrag zodanig is opgesteld dat het willekeurige toepassingen mogelijk maakt van principes die in beginsel al slecht gedefinieerd zijn...

‘Wat is er geworden van de bekende garantie op "vrij verkeer van diensten en goederen"...? ’
quote auteur

 

  • Ter besluit, een laatste voorbeeld. In artikel II-70, met de titel "De vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst", wordt bepaald: "Eenieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst en overtuiging te veranderen en de vrijheid, hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als privé, zijn godsdienst te belijden of zijn overtuiging tot uitdrukking te brengen in erediensten, in onderricht, in de praktische toepassing ervan en in het onderhouden van geboden en voorschriften."


Echter, artikel I-52, met de titel "De status van kerken en van niet-confessionele organisaties" bepaalt: "De Unie voert een open, transparante en regelmatige dialoog met die kerken en organisaties [die nationaal erkend zijn], onder erkenning van hun identiteit en hun specifieke bijdrage."

Het gevolg van deze bewoording is, dat dankzij dit verdrag religieuze organisaties het recht krijgen dat men rekening houdt met hun standpunt (het recht/de vrijheid "zijn godsdienst te belijden", zowel "openbaar als privé", en het recht op het voeren van een "dialoog").

Dit betekent in essentie niets meer en niets minder dan het EINDE VAN DE SCHEIDING VAN KERK EN STAAT, aangezien het artikel op geen enkele wijze beperkingen vaststelt met betrekking tot die "dialoog".
Moeten wij in deze artikelen de voorbereidingen zien voor een nieuwe wereldreligie en een religieuze totalitaire wereldregering die wereldwijd haar religieuze en filosofische overtuigingen zal kunnen opleggen?

‘Dit betekent in essentie niets meer en niets minder dan het EINDE VAN DE SCHEIDING VAN KERK EN STAAT, aangezien het artikel op geen enkele wijze beperkingen vaststelt met betrekking tot die "dialoog". ’
quote auteur


Want ook al garandeert artikel II-70 de "vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst", en bepaalt artikel I-52 dat de "status van kerken en van niet-confessionele organisaties" zal worden gerespecteerd, men kan niet in alle gevallen alle partijen tegelijk van dienst zijn, en er zal dus altijd een religieuze of filosofische groepering zijn die talrijker of beter geïntegreerd is dan alle anderen. Het gevolg daarvan zal zijn dat de opvattingen van die groepering het overheidsbeleid zullen overheersen.

Op dezelfde wijze heeft men inmiddels in bepaalde landen (zoals Frankrijk en onlangs ook in Hongarije (zie een topic daarover van de redactie van Tref.eu)) wetten aangenomen die erop gericht zijn de activiteiten te verbieden van bepaalde groeperingen die over het algemeen op volkomen willekeurige wijze het etiket "sekte" opgeplakt krijgen, terwijl deze benaming angstvallig wordt vermeden voor gevestigde religies zoals het Christendom, het Judaïsme, en de Islam,en die onderwijl elke groepering die alternatieve filosofieën (religieus of atheïstisch) in de praktijk brengt, in hun bestaan bedreigen.

Al met al doen deze artikelen niets minder dan vast te stellen dat, als het om vrijheid van denken, geloof en leefwijze gaat, het "recht van de sterkste" geldt.
Ook al geldt voor ieder mens dat deze een filosofie of religie toepast of belijdt, kan het niet worden toegelaten dat een wetgeving en de toepassing ervan op exclusieve wijze beïnvloed worden door dergelijke stromingen. Wetten en de toepassing ervan dienen dusdanig op objectieve wijze rechtvaardig te zijn dat een dergelijke invloed slechts overbodig zou zijn...