Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
Op 2 april 2007 deed de Koerdische zakenman H. Baybasin aangifte tegen Joris
Demmink wegens pedofilie, uitlokking resp. (mede)plegen van opzettelijke en
wederrechtelijke vrijheidsberoving en deelneming aan een criminele organisatie.
Dit was reeds direct aanleiding voor de eerste Kamervragen over de zaak-
Demmink door lid De Roon (PVV) (Kamervragen producties: 31, 50, 51, 52
en 53). Bij de beantwoording van deze vragen zegde minister Hirsch Ballin een
‘oriënterend onderzoek’ toe door het OM, een figuur die niet voorkomt in het
Wetboek van Strafvordering. De achtergronden en het feitenmateriaal dat aan de
aangifte ten grondslag ligt worden uitgebreid besproken in het klaagschrift (art.
12 Sv.) (productie 11) dat volgde op het seponeren van de aangifteHet beklag
niet vervolgen werd op 17 oktober 2008 afgewezen door het Haagse gerechtshof
(productie 16). Met de aangifte per 2007 werd duidelijk dat Nederland wordt
gechanteerd met het kindermisbruik van Demmink. Hoe deze chantage precies is
verlopen wordt in productie 11 uitgebreid beschreven.
De essentie is dat de Turkse regering-Ciller (1993-1996) zich op grote schaal
schuldig maakte aan handel in verdovende middelen. De genoemde Baybasin
stelde deze misstanden in het buitenland aan de kaak, ondermeer ook in ons land,
en werd aldus als zeer gevaarlijk gezien door de machthebbers. Na de val van de
regering-Ciller in 1996 bleven deze criminele krachten zeer machtig in Turkije
waarbij de begrippen ‘Grijze Wolven’ en ‘Energekon’ centraal staan. Overigens
woedt de strijd in Turkije tussen de (politieke) bovenwereld en deze duistere (deels
militaire) onderstroom anno 2010 nog in alle hevigheid voort. De groep-Ciller
wist vanaf 1996 van Nederland gedaan te krijgen dat er in ons land zou worden
afgerekend met Baybasin via een schijnproces met vervalst bewijsmateriaal (de
vervalsingen worden gedetailleerd aangetoond in productie 11 vanaf hoofdstuk
23). Hiertoe werden de Turkse ‘Demmink-pedofielendossiers’ die door geheime
diensten waren opgesteld nadrukkelijk ingezet als leverage. In 1998 werd Baybasin
gearresteerd en in 2002 werd hij veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf
(zie de hoofdstukken 3, 4 en 9 en met name 12 van productie 11). Uit het officiële
Turkse Ek-rappor dat het beschreven complot tot in detail onthult (geciteerd
door Klaas Langendoen; productie 17;) blijkt dat Tansu Ciller het ‘bevel’ tot het
uitschakelen van Baybasin eind 1996 –ze was toen minister van Buitenlandse Zaken
in de regering-Erbakan- persoonlijk heeft gegeven aan minister W. Sorgdrager van
Justitie (foto van Ciller met Hans van Mierlo d.d. 27 november 1996; productie
21). Vervolgens kreeg Demmink de schone taak zijn eigen rommel op te ruimen
door Baybasin ook daadwerkelijk uit te schakelen. Hiertoe zette hij met name
officier van Justitie Hugo Hillenaar in. Beiden werkten in het complot nauw samen
met corrupte Turkse politie-functionarissen en bezochten voor het uitvoeren van
deze ‘missie’ veelvuldig Turkije in de periode 1996 – 2002 (lijst van inreisdata bij
productie 20); opmerkelijk is dat Demmink’s advocaat H. Knijff expliciet heeft
ontkend (productie 28) dat Demmink vanaf 1987 Turkije heeft bezocht. Geheel
in de geest van het in 2.2 beschreven promoveren van foute dan wel corrupte
magistraten is Hillenaar vanaf 2007 hoofdofficier te Breda.
Direct bewijs voor deze chantage-lezing vormt voorts een uitgelekt telefoon-memo
(productie 18) van het ministerie van Justitie van 15 juli 1997 waarin staat dat
‘de zaak-Baybasin als drukmiddel wordt gebruikt teneinde in een andere zaak
iets van de Turkse autoriteiten gedaan te krijgen’ (het tegen de borst houden
van de Demmink-dossiers). Ook een NN-verklaring van een hoge buitenlandse
overheidsfunctionaris (productie 20a) bevestigt deze lezing. De identiteit van deze
functionaris is bekend bij de verdediging van Baybasin en het Hof is aangeboden
deze persoon te horen, maar ging daar niet op in. Tenslotte is er een verklaring
van de gouverneur van Istanbul (productie 20) luidende dat Demmink in de
periode 1995 – 2002 herhaaldelijk in Turkije was. Daarnaast zou Demmink in
het district Bodrum hebben deelgenomen aan ‘seksparties’ (productie 20a). Voor
nadere achtergronden over de relatie tussen Demmink en de zaak-Baybasin zie het
interview van 11 maart 2009 met Adele van der Plas, de advocate van Baybasin
(productie 7).
Dat Nederland niet als enige op een dergelijke wijze werd aangepakt door Turkije,
wordt aangetoond door Sibel Edmonds in de VS. Zij ontdekte daar dat dezelfde
krachten die onze regering chanteerden, ook –op veel grotere schaal- toeslaan in
de VS waarbij chantage op grond van seksuele gedragingen vaste prik is. Zie voor
een interview met Edmonds –wiens onthullingen onomstreden zijn- productie 55.
Alarmerend is dat Edmonds specifiek stilstaat bij de rol binnen deze ‘duistere Turkse
krachten’ van Abdullah Catli. Hij werkte nauw samen met Mushin Yazicioglu,
een gekende crimineel en moordenaar en een familielid van staatssecretaris N.
Albayrak. Vast staat dat Albayrak deze Yazicioglu in het geheim heeft ontvangen
op het ministerie (productie 22 met foto van beiden. Edmonds noemt tevens
expliciet de RAND Corporation als een organisatie waar de Turken bij uitstek
toeslaan om classified information af te persen.

4.1 De media-blackout
Een direct gevolg van de aangifte van Baybasin was dat er een complete mediablackout
werd opgelegd over de zaak-Demmink. De reden hiervoor was dat
de zaak de delicten gepleegd door een enkele ambtenaar verre oversteeg en een
vernietigend beeld naar boven kwam van politieke chantage tot in de kern van onze
rechtstaat die was gesanctioneerd door de hoogste politieke verantwoordelijken.
Op dat moment waren met name Zembla en EenVandaag op volle kracht met
het dossier bezig waarbij Zembla zelfs onder de journalistieke ‘leiding’ van de
Nederlandse Turk Sinan Can opnames maakte in Turkije, ondermeer van een
interview met de journalist Burhan Kazmali (producties 33 en 34) die veel van
het Turkse bewijs van kindermisbruik tegen Demmink heeft aangedragen. Echter,
in de zomer van 2007 liet Zembla expliciet aan advocate Van der Plas weten te
moeten stoppen met het onderzoek naar Demmink. Dat stak des te meer omdat
Can (productie 32) tot dat moment zeer nauw met Van der Plas samenwerkte
en vele belangrijke (bewijs)stukken tegen Demmink voor haar had vertaald. Zie
hoofdstuk 4 productie 11 en productie 23, de e-mail van Sinan Can aan Adele
van der Plas waaruit de nauwe samenwerking met Can blijkt. Hoe diepgaand het
onderzoek van Zembla was blijkt uit een lijst van namen die het programma had
opgesteld van belangrijke betrokkenen waarbij schematisch is weergegeven wat
hun positie is ten opzichte van Demmink: voor – neutraal- tegen (productie 24).
Bij EenVandaag waar Jan Born en Sander ’t Sas aan de zaak werkten (productie 44;
sms’jes Jan Born) gebeurde min of meer hetzelfde; Born stuurde op 9 juni 2007
zijn laatste ‘positieve’ sms aan een van zijn Demmink-bronnen. Op 13 juni 2007
zag de laatste journalistieke a charge–productie (die dus de zaak-Demmink aan de
kaak stelde) op TV het licht in de vorm van een item van EenVandaag.
In deze uitzending (video De Affaire Joris D.; productie 7) komen ondermeer de politici
Krista van Velzen (SP) en Aleid Wolfsen (PvdA) aan het woord; zij verklaren dat
Demmink onder de aanhoudende stroom berichten over kindermisbruik ‘niet
langer kan functioneren’. Wolfsen kondigt zelfs aan ‘morgen’ met de minister over
de zaak te zullen gaan spreken. Op 15 juni 2007 (productie 53) zenden de leden
Van Velzen en De Wit (SP) en Teeven (VVD) de laatste Kamervragen in. De dag
daarop, op 16 juni 2007, komt De Telegraaf met het tweede onthullende artikel
met de kop Topambtenaren in pedonetwerk (productie 1). Echter, vanaf dat moment
slaat de journalistiek 180 graden om en wordt er uitsluitend nog in positieve en
ontlastende zin –a decharge- over Demmink geschreven. Op 18 juni trok Zembla
de handen van het Demmink-project af en gaat zelfs direct ageren tegen advocate
Van der Plas (productie 32).
Diezelfde dag, 18 juni 2007, komt NRC Handelsblad met het eerste ‘reparatieartikel’
dat wordt gevolgd door een tweede op 5 juli. Op 14 juli wast De Volkskrant
Demmink schoon door de hele affaire te kenschetsen als een ‘fluistercampagne’
(productie 43). De eerste zin van het stuk: Er is een boef, er zijn engelen en intriganten,
en achter elke deur liggen complottheorieën. Ingrediënten voor dé thriller van de natte
zomer 2007. Velen doen mee via internet, kranten, televisie, rechtbank of borreltafel.
Alarmerend is dat Demmink zelf in geen van deze artikelen aan het woord komt
en dat er ook geen enkele journalist een poging lijkt te hebben gedaan bij hemzelf
verhaal te halen. Zelfs naar een ‘officiele’ onkenning van de beschuldigingen door
Justitie zelf bij monde van de minister of een hoofd Voorlichting wordt in deze
witwas-artikelen tevergeefs gezocht. Het enige moment dat Demmink zelf met
de beschuldigingen wordt geconfronteerd (confrontatie; productie 7) vlucht hij
zonder iets te zeggen zijn dienstauto in. Ook wordt in de genoemde publikaties
geen enkel feit genoemd dat de verdenkingen kan wegnemen dan wel verklaren.
Dat laatste gebeurt pas een jaar later op 21 juni 2008 als De Telegraaf de theorie
lanceert dat het in de zaak-Demmink zou gaan om een ‘bewuste beschadigingsactie
vanuit de onderwereld’. De krant citeert hiertoe een anonieme bron. Daarna is er
niet meer over de zaak-Demmink bericht door de MSM, dit ondanks het feit dat
De Volkskrant hiertoe eind 2008 via een lezersactie nadrukkelijk werd opgeroepen
(productie 25). Het onderwerp is 100% taboe verklaard.
De wijze waarop de media medio 2007 zijn kalltgestellt is vrijwel identiek met de
wijze waarop in 2003 werd omgegaan met de NOS –grote druk zetten en dwingen
tot rectificatie- zoals gedetailleerd wordt beschreven in de Runderkamp-papers
(productie 3) maar vooral ook naar voren komt in een vrij ontluisterende email
die Stibbe-advocaat Kurt Stopetie stuude naar Panorama en GayKrant waarin hij
de gemaakte afspraken ‘nog eens op een rijtje zet’ (productie 49). De rol van de
advocaat van Demmink, Harro Knijff van De Brauw Blackstone Westbroek, is op
dit punt cruciaal. In 2003 zien we hem bij NOVA (productie 7) op furieuze wijze
reageren op de misbruik-beschuldigingen tegen Demmink in het Anne Frankplantsoen
en in de Pinokkio-bar in Praag. Zowel in 2003 als in 2007 zijn door het
kamp-Demmink ook letterlijk intimidaties uitgevoerd, respectievelijk tegen Henk
Krol van de GayKrant en tegen Sinan Can van Zembla die volgens Van der Plas
en Baybasin met de dood is bedreigd.
De hoofdredacteur van Can, Cees Driehuis, heeft nimmer op de zaak willen reageren.
Ook thans blijven vragen aan Zembla over de zaak onbeantwoord.


Crans, 13 augustus 2010

Drs. J. Poot (13 augustus 1924)



red.: Wie is Joris Demmink?

wordt vervolgd




{jpageviews 00 right}