Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
De macht die Joris Demmink uitoefent vanuit het Ministerie van Justitie kent geen
grenzen, geen controle en bestrijkt alle facetten van de Nederlandse rechtstaat.
Demmink begon in 1982 op het ministerie als plaatsvervangend directeur van
de directie Politie. Hierop bekleedde hij de volgende functies: directeur directie
Politie (tot 1988), directeur directie Rechtspleging (tot 1990), directeur-generaal
Rechtspleging (tot 1993), directeur-generaal Internationale Aangelegenheden en
Vreemdelingenzaken (tot 2002) en tot slot Secretaris-Generaal (tot heden). In dit
carrièrepad staan drie pijlers centraal: politie, rechterlijke macht en internationale
justitiële contacten. Voor een uitvoerige analyse van de macht en invloed van Joris
Demmink wordt verwezen naar het integriteitsonderzoek ‘Verslag op basis van een
onderzoek en analyse in verband met de integriteit van de persoon van de SG van
het Ministerie van Justitie’ d.d. 15 februari 2010 (hierna: “het Integriteitsrapport”),
dat door een oud-topambtenaar bij Justitie, is opgesteld en waarvan de conclusie
op dit punt luidt:
Demmink opereert als hoogst verantwoordelijke ambtenaar en eerste adviseur van de
minister en de staatssecretaris op het ministerie van Justitie. Zijn netwerk bestaat uit
topfunctionarissen bij de rechterlijke macht (ZM en OM), politie en AIVD. Een groot
aantal personen in dat netwerk zijn ooit op hun positie gekomen met bemoeienis van
Demmink als directeur Politie, Rechtspleging en later SG. Vanaf 1993 verblijft hij
als DG IAV zeer frequent in het buitenland en maakt de top 50 van de buitenlandse
dienst deel uit van zijn netwerk.
Hieronder enkele belangrijke feiten uit de genoemde rapportage:
Vanaf 1990 maakt Demmink als DG onderdeel uit van de hoogste
bestuursorganen van het ministerie: de wekelijkse ministerstaf en de
departementsraad. Hier kommen alle zaken die het landsbelang raken in
meer of mindere mate aan de orde. Vanaf 2002 is hij als SG voorzitter van de
departementsraad.
Vanaf 2002 is Demmink als SG de belangrijkste adviseur van de
bewindspersonen: de ministers Donner en Hirsch Ballin en de staatssecretaris
N. Albayrak (vanaf 2007).
Demmink kreeg een steeds grotere en zelfs als beslissend en dwingend
omschreven invloed op alle belangrijke benoemingen bij politie en rechterlijke
macht. Het rapport: Het Ministerie van Justitie kan worden gekenmerkt als
een ‘benoemingsdepartement’. Afgezien van Defensie, dat rechtstreeks de
krijgsmacht aanstuurt en alle (top)benoemingen binnen de krijgsmacht bepaalt
heeft geen enkel ander departement zoveel buitendiensten als Justitie en daarbij
zoveel invloed op de invulling van topposities binnen die rijksorganen waarvan
de belangrijkste zijn de politie en de rechterlijke macht, zowel ZM als OM.

3.1
Relaties met het Koninklijk Huis
In het artikel Joris Demmink en het Koninklijk Huis (productie 14) worden enkele
linken beschreven tussen Joris Demmink en Oranje. Bronnen binnen Justitie geven
expliciet aan dat Demmink wordt beschermd door het Koninklijk Huis. De Dienst
Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB) valt onder het Korps Landelijke
Politie Diensten en aldus ook (deels) onder Justitie en Demmink. Op grond
hiervan heeft Demmink diepgaande kennis van de privé levens van ondermeer de
leden van het KH. Banden tussen Demmink, Felix Rhodius (voormalig directeur
van het Kabinet van de Koningin) en Frits Salomonson (voormalig advocaat van
HM) zijn aangetoond en gaan wellicht terug tot in de Leidse studentensociëteit
Minerva waarvan ook Beatrix lid was. Gezien de aangetoonde directe bemoeienis
van het staatshoofd met belangrijke benoemingen in ons land (productie 15) lijkt
het uitgesloten dat Demmink op Justitie zou functioneren anders dan met een
expliciete goedkeuring van Beatrix. In de stukken wordt beslissende bemoeienis
vastgesteld van Beatrix met de benoeming van Henk Koning tot president van de
Algemene Rekenkamer in 1991. Koning wordt nadrukkelijk genoemd als lid van
het pedofielennetwerk.

3.2 Demmink en de VVD
Demmink is lid van de VVD maar volgens Fred Teeven binnen de partij niet
actief. Diverse bronnen hebben wel aangegeven dat de partij behoorlijk in de
maag zit met de ‘kwestie’ en justitiewoordvoerder Teeven heeft zelfs gezegd dat
‘het eerste dat hij gaat doen als hij minister wordt het wegsturen is van Demmink’.
Vergelijkbare bronnen hebben gemeld dat er vanuit de VVD vergevorderde
plannen hebben bestaan om Fred Teeven samen met Henk Kamp de ‘Augias-stal
Justitie’ te laten opruimen. Het is er nooit van gekomen. Voorts is opvallend dat er
binnen de VVD –net als binnen het departement en binnen de rechterlijke machteen
homo- en pedo-cultuur is ontstaan waarbij meerdere (ex)partijprominenten
zijn genoemd als kindermisbruikers: Ed Nijpels, Frank van Dalen, Frits Huffnagel,
de ondernemer uit Rijswijk Huub T. en de eerder genoemde Henk Koning.

3.3 Justitie onder Joris Demmink: een overzicht van belangrijke ontwikkelingen

Vast staat dat Demmink zijn machtspositie binnen Justitie, met name waar het gaat
om belangrijke benoemingen, heeft gebruikt om ‘geestverwante’ homoseksuelen op
belangrijke posities geplaatst te krijgen. De ‘Wabeke-papers’ (productie 2) zeggen
hierover: Demmink is heel druk bezig geweest om een hele nichtenmafia om zich heen
te bouwen. En het Integriteitsrapport : Er werden binnen de justitietop veel grappen
gemaakt over de homoseksuele Demmink en dat het opviel dat in de leidinggevende
posities binnen het departement steeds meer collega’s van de mannenliefde opdoken.
Opvallend is dat het aantal gevallen van kindermisbruik binnen de rechterlijke
macht parallel lijkt te lopen met de beschreven invloed van Demmink op belangrijke
benoemingen. Gevallen als die van officier van justitie Joost Tonino (2004) en
toprechter Fokke Fernhout (vanaf 2001) die zelfs strafrechtelijke implicaties hebben
gehad hebben Nederland en onze rechtsorde diepgaand geschokt. Daarnaast
bestaan sterke aanwijzingen dat twee voormalig hoofdofficieren van justitie zich
hebben bezondigd aan kindermisbruik, zij het dat zij buiten rechtsvervolging
gebleven zijn.
In april 2010 kwamen via het TV-programma van Peter R. de Vries feiten boven
tafel die wijzen op het bestaan van een netwerk van pedofielen op de Haagse
rechtbank rond 1980. Zowel in het geval van rechter Cornelis Stolk als in het
geval van rechter Rueb was sprake van zware intimidaties tegen de mensen die hun
pedofiele levenswandel zouden kunnen onthullen cq. wereldkundig probeerden te
maken. De belevenissen van de schrijfster Yvonne Keuls spreken wat dat betreft
boekdelen, maar ook de intimidaties in de zaak Koos H. –zowel tegen Koos H.
zelf als tegen de ouders van een van de slachtoffers- door nota bene een Advocaat-
Generaal, mr. Feber, wijzen op een ‘actie-doofpot’ die moet zijn aangestuurd
vanuit de hoogste kringen. Joris Demmink stapte in het jaar dat Koos H. werd
veroordeeld, 1982, over van het Ministerie van Defensie naar het Ministerie van
Justitie. Naast de duidelijke klassenjustitie waar het gaat om hooggeplaatste
kindermisbruikers, valt aan het regime-Demmink ook het spiegelbeeld op:
ongemeen felle vervolgingen en strafopleggingen aan pedofielen uit lagere kringen
en zelfs ook aan de zogeheten ‘pedo-jagers’ die de laatste jaren in ons land op steeds
extremere wijze worden gecriminaliseerd.
Een ander opvallend fenomeen dat het klimaat binnen Justitie is gaan kenmerken in
de periode Demmink is het ongestraft laten en zelfs belonen van blunders en fouten,
met name binnen de rechterlijke macht. Zowel het programma Zembla als het
weekblad Vrij Nederland kwamen op dit punt tot schokkende inventarisaties die er
zelfs toe leidden dat het OM een eigen onderzoek moest toezeggen. Ook genoemd
moet worden het nieuwe verschijnsel van de ‘rechterswisseling’ in belangrijke zaken
waarin de Staat belanghebbende of partij is en die zich voor de Staat ongunstig
ontwikkelen: onder Joris Demmink blijken de rechters dan te kunnen worden
vervangen door rechters die de belangen van de Staat laten prevaleren.
Vanaf de zogeheten ‘Puttense moordzaak’ (vanaf 1994) is ons land meer en meer
in de greep geraakt van het verschijnsel ‘gerechtelijke dwaling’. Anno 2010 kan
worden geconcludeerd dat het complete bouwwerk van strafvervolging in ons
land op instorten staat na geruchtmakende en onbegrijpelijke ‘blunders’ van
OM en ZM in zaken als de Schiedammer Parkmoord, de zaak-Vaatstra en de
zaak-Lucia de B. Opvallend hierbij is dat er moedwillige manipulaties en bewust
bedrog in het spel is bij Justitie. De complete afwezigheid van wets- en normbesef
binnen Justitie blijkt voorts ook uit de structurele weigering een einde te maken
aan het aftappen van gesprekken van zogeheten ‘geheimhouders’ dan wel deze
onrechtmatig getapte gesprekken te verwijderen uit de betreffende strafdossiers
waardoor enorme strafzaken –zoals die tegen de Hells Angels- zijn gestrand. Maar
het beeld wordt nog veel alarmerender als we ons realiseren dat de feiten er thans
op wijzen dat de meest in het oog springende ‘gerechtelijke dwalingen’ kunnen
worden verklaard vanuit de wil hooggeplaatste kindermisbruikers te beschermen.
Twee voorbeelden: in de Deventer Moordzaak wijst thans alles op een pedofiel
netwerk waarin de man van de vermoorde weduwe, de psychiater Wittenberg,
alsmede de prime suspect, de ‘klusjesman’ Michael de J. een rol hebben gespeeld.
In deze moordzaak heeft een onschuldige acht jaar vastgezeten. En de moord op
Marianne Vaatstra (1999) wordt ‘overgoten’ door een lugubere cocktail van ritueel
misbruik en het opnemen van snuff-movies in een caravan op een AZC als gevolg
waarvan elk spoor dat naar dit AZC leidde van hogerhand niet mocht worden
onderzocht. Dit leidde tot grote beroering en frustratie in Friesland die tot op de
dag van vandaag voortduurt. Bedenk daarbij dat de AZC’s indirect onder het gezag
vallen van Joris Demmink en in zijn periode zijn verworden tot broedplaatsen
van criminaliteit en prostitutie. Hoe ver Justitie onder Demmink kan gaan in
het manipuleren van strafzaken wordt hieronder op nog weer schokkender wijze
beschreven in de zaak-Baybasin.
Bovenstaande voorbeelden betreffen het ineenstorten van het functioneren van de
rechtstaat. Maar ook binnen de huishouding op het ministerie wordt de periode-
Demmink gekenmerkt door een verregaande breakdown van normen en waarden.
Spoedig nadat Demmink de hoogste troon besteeg in 2002 werd gesmeten
met geld, met name in de sfeer van gouden handdrukken aan vertrekkende en
bevriende topambtenaren. Deze praktijk liep zo uit de hand, dat er in 2004 een
onderzoek moest worden gedaan naar de praktijken door de Departementale
Auditdienst. (productie 45) De conclusie was (blz. 4, samenvatting) dat een
aantal betalingen werd geconstateerd die wij als onrechtmatig hebben aangemerkt.
De Demmink-cultuur komt ook naar voren in een anonieme tip van een ‘justitiebron’
die journalist Stan de Jong doorspeelde (productie 48) en waarin sprake
is van ‘dubieuze en torenhoge declaraties’ van een bureau waarvan Demmink
met een van de directeuren ‘een weinig platonische relatie onderhield’. Dat de
SG er ook persoonlijk een extreem decadente declaratie-moraal op nahoudt die
zelfs de aandacht trok van de landelijke media (productie 46) werkt tegen deze
achtergronden geen verbazing.
Samenvattend kan worden gesteld dat Justitie onder Demmink verregaand is
geperverteerd via structurele benoemingen van homofielen, sanctionering van
fouten en delicten gepleegd binnen justitie en van klassenjustitie, de introductie
van het verschijnsel ‘rechterswisseling’ en de invoering -alsmede de over-loyale
uitvoering- van het Europees Arrestatie Bevel. Daarnaast introduceerde Demmink
een cultuur van bandeloze spilzucht op kosten van de gemeenschap.



Crans, 13 augustus 2010

Drs. J. Poot (13 augustus 1924)



red.: Wie is Joris Demmink?


wordt vervolgd




{jpageviews 00 right}