Gebruikerswaardering: 4 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter inactief

De Europese Grondwet verpakt in het Verdrag van Lissabon.
IV

  • 3/4e van de tekst van het verdrag bestaat uit de 321 artikelen van Deel III (van in totaal 448 artikelen) die hoofdzakelijk handelen over de politieke en economische praktijk in de EU (de titel van het 3e deel is "Beleid en Werking van de Unie", waarmee op handige wijze het woord "economie" wordt vermeden). Normaliter heeft politiek, in z'n algemeen, niets te zoeken in een constitutie. Van een constitutie wordt verwacht dat ze zo is verwoord dat er verschillende soorten politiek mee kan gevoerd worden, bijvoorbeeld een "linkse", "rechtse", of "ecologische" politiek. Zonder op de relevantie van deze begrippen in te gaan, het is een feit dat het voorgestelde verdrag dergelijke varianten onmogelijk maakt, aangezien het enkel een zgn. "liberale" politiek toelaat, op een wijze die in het bijzonder de grote bedrijven en grote vermogens bevoorrecht. In plaats van te spelen met woorden en te spreken van een "grondwet", zou het juister zijn om te spreken van een "politiek contract", of eenvoudigweg "contract", gezien de vele regels die het geeft op het gebied van de economie, waarbij opmerkelijk veel macht wordt  weggegeven aan de grote bedrijven. Naast de voorbeelden die hieronder worden belicht, zal ik hier slechts het voorbeeld van artikel III-181 noemen, dat de centrale banken van lidstaten verbiedt "voorschotten in rekening-courant of andere kredietfaciliteiten te verlenen aan instellingen, organen of instanties van de Unie, centrale overheden, regionale, lokale of andere overheden, andere publiekrechtelijke lichamen of openbare bedrijven van de lidstaten, of rechtstreeks van hen schuldbewijzen te kopen." M.a.w.: deze "grondwet" verplicht de regeringen van de lidstaten enkel leningen af te sluiten bij particuliere banken, uiteraard tegen woekerprijzen die betaald zullen worden door de burgers...
  • Dit verdrag zal middels artikel III-210, nummer 2, paragraaf b, expliciet verbieden dat de sociale wetgevingen van de onderlinge lidstaten op elkaar worden afgestemd (zoals bv. zou kunnen gebeuren voor een Europees wettelijk minimumloon) door te stellen dat in de Europese kaderwetten "wordt vermeden zodanige administratieve, financiële en juridische verplichtingen op te leggen, dat de oprichting en ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen daardoor zou kunnen worden belemmerd." In wezen zal het resultaat van artikel II-209 zijn dat het minimumloon steeds lager zal worden (relatiefgezien, dan).
  • Wat veel mensen terecht grote zorgen baart, is dat dit verdrag het socialezekerheidsstelsel ernstig kan aantasten (sociale diensten, werkloosheidsuitkeringen, pensioenen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, kinderbijstand, etc...). Vele prominente politici die voorstanders zijn van het verdrag proberen via de media keer op keer te doen geloven dat het verdrag het recht op sociale bijstand erkent en vaststelt.

Laten we eens kijken wat artikel II-94, met de titel "Sociale zekerheid en sociale bijstand" erover zegt: "1. De Unie erkent en eerbiedigt onder de door het recht van de Unie en de nationale wetgevingen en praktijken gestelde voorwaarden het recht op toegang tot socialezekerheidsvoorzieningen en sociale diensten [...]" en "2. Eenieder die legaal in de Unie verblijft en zich daar legaal verplaatst, heeft recht op socialezekerheidsvoorzieningen en sociale voordelen overeenkomstig het recht van de Unie en de nationale wetgevingen en praktijken."

‘In plaats van te spelen met woorden en te spreken van een "grondwet", zou het juister zijn om te spreken van een "politiek contract", of eenvoudigweg "contract", gezien de vele regels die het geeft op het gebied van de economie, waarbij opmerkelijk veel macht wordt weggegeven aan de grote bedrijven. ’
quote auteur


In feite wordt in dit artikel dankzij het spelen met woorden slechts de indruk gewekt dat er een recht op sociale bijstand wordt vastgesteld. Maar uiteindelijk is alles dat wordt vastgesteld het feit dat er wordt erkend dat er reeds een sociale wetgeving en praktijk bestaat in diverse lidstaten, en dat die zal worden gerespecteerd, maar dan onder de voorwaarden van het Europese recht. En dat recht, net als de rest van het voorgestelde grondwetverdrag, geeft voorrang aan economische belangen, zoals bijv. ook nog eens wordt aangegeven in artikel III-209, waar wordt gesteld dat bij het
bepalen van het sociaal beleid rekening dient worden gehouden "met de noodzaak het concurrentievermogen van de economie van de Unie te handhaven", hetgeen op zichzelf niet per se een slechte zaak is, tenzij men met de term "concurrentievermogen" doelt op "winstbejag" in plaats van een "stabiele en sterke situatie". Helaas weten we uit
de praktijk dat een dergelijke richtlijn wel degelijk op winstbejag uitdraait en stelt dit verdrag absoluut niet vast wat de minimumkwaliteitsnormen dienen te zijn voor een sociaal beleid dat de schade die aldus kan worden aangericht, vermijdt.

In werkelijkheid vrijwaart de EU zich middels dit artikel van enige verplichtingen op het gebied van sociale hulp, ook al suggereren de paragrafen 2 en 3 anders. En dienovereenkomstig heeft het presidium van de Europese Conventie dan ook bepaald dat het artikel enkel verwijst naar reeds bestaande sociale diensten en dat er geen enkele verplichting is om dergelijke diensten te scheppen... Hier kunnen we aan toevoegen dat het artikel ook niet bepaalt dat die diensten dienen te worden gehandhaafd en dat andere artikelen van het verdrag en overige EU-wetten bepalen dat openbare-/overheidsdiensten geprivatiseerd dienen te worden, met alle gevolgen die dit zal hebben voor de kwaliteit
van die diensten, en het aanbod ervan.