Tref.eu Webcafé

Klik op het logo en volg ons ook op:
640px-Twitter logo

Recent:

Meer onderwerpen »

Wie is online

We hebben 309 gasten en één lid online

  • katertje

Gebruikerswaardering: 4 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter inactief
 
De Europese Grondwet verpakt als het 'Verdrag van Lissabon'.

Laten we nu eens kijken naar enkele cruciale punten van het nieuwe Europese verdrag:
(sommige mensen zouden enkele punten die aan bod komen enigszins vergezocht kunnen vinden, maar het is daarbij zaak te bedenken dat, of het nu om een wet of willekeurig contract gaat, elke keer wanneer een aspect slecht gedefinieerd is, dit kan leiden tot misbruik en wantoestanden)
  • Als het huidige voorgestelde verdrag wordt aangenomen, dan zal het aan de Europese bevolking opgelegd tot de dag dat het wordt ontbonden, waarschijnlijk d.m.v. geweld.

    De voornaamste reden daarvoor, is dat elke wijziging van het verdrag een absolute unanimiteit vereist van de lidstaten, iets dat hoogst onwaarschijnlijk is, of op zijn best een uitzondering zal zijn zoals voor het accepteren van het verdrag zou kunnen gebeuren).
Er is geen enkel democratisch land in de wereld waar geëist wordt dat een grondwet enkel gewijzigd kan worden als er volstrekte unanimiteit is. Het is eerder gebruikelijk dat dergelijke wijzigingen kunnen worden gedaan met een
meerderheid van 2/3 of 3/4. Dankzij de unanimiteitsregel probeert men dus het verdrag te doen accepteren als een soort "heilige", "eeuwige" en "perfecte" tekst, hetgeen toch bepaald niet het geval is, zoals we zullen zien...

  • De tekst van dit verdrag is opzettelijk geformuleerd op een manier die tot doel heeft te manipuleren, in de ruimste zin van het woord. Zo vinden we bijvoorbeeld in deel II, "Handvest van de Grondrechten", steevast voor elk artikel een titel die een grandioze rechtvaardigheid lijkt te beloven, maar deze wordt in de regel onmiddellijk in het tegendeel omgezet in de tekst van het artikel zelf of d.m.v. zgn."dienstenrichtlijnen" (in het Engels en Frans:
"directives"), die teksten zijn waar het verdrag zelf nooit rechtstreeks naar refereert (deze dienstenrichtlijnen worden opgesteld onder het gezag van het presidium van de Europese Conventie, zoals bepaald in de Preambule van deel II en artikel II-112, punt 7, en zijn in de regel niet eens in het Nederlands te vinden, ook al vormen ze een essentieel onderdeel van de nieuwe wetgeving!). Het beoogde effect is om een oppervlakkige lezing van de
tekst van het verdrag onmogelijk te maken, en erger: volstrekt misleidend. Bedenk dat men de bevolking heeft uitgenodigd om de tekst van het verdrag te lezen en voor dat doel publicaties ter beschikking stelt; echter zonder daarbij de cruciale rol van de dienstenrichtlijnen te vermelden, of de teksten ervan bij te voegen! Zelfs voor wie zich bewust is van de rol van die teksten, is het extreem lastig om op te zoeken of er bepaalde dienstenrichtlijnen zijn
die op een artikel van toepassing zijn, en zo ja: wat er dan bepaald is.

‘Een belangrijk argument van de voorstanders van het verdrag is die van de "Europese solidariteit" Echter, in wezen ondermijnt dit verdrag elke wetgeving op het gebied van sociale solidariteit en dat van het sociale recht en arbeidsrecht, zoals die thans al bestaan in de landen van de EU. ’
quote auteur

Het is duidelijk dat het weglaten van tekst, op zichzelf, een list is die men opzettelijk heeft toegepast. Door in de hoofdtekst van het verdrag talloze belangrijke aspecten niet te bespreken, details weg te laten en geen verwijzingen te geven naar de dienstenrichtlijnen, heeft men de mogelijkheid gegeven voor misbruik en manipulatie, onderwijl de schijn ophoudend dat het om een rechtvaardige tekst gaat.

Daarenboven wordt een terminologie gebruikt die vaak opzettelijk vaag is, waarbij menigmaal een zgn. "zacht" recht wordt toegepast, dat anders is dan zgn. "hard" recht. Een voorbeeld om dit te illustreren: "ik garandeer u dat ik u zal terugbetalen" is "hard" recht, terwijl "ik zal mijn best doen u terug te betalen" een voorbeeld van "zacht" recht is. Op dezelfde wijze belooft de tekst van het verdrag bepaalde "waarden" te bevorderen (zoals gelijkheid tussen man/vrouw, sociale solidariteit, enz...), maar niet dat die gegarandeerd worden.

  • Een belangrijk argument van de voorstanders van het verdrag is die van de "Europese solidariteit" Echter, in wezen ondermijnt dit verdrag elke wetgeving op het gebied van sociale solidariteit en dat van het sociale recht en arbeidsrecht, zoals die thans al bestaan in de landen van de EU.
Voor zover dergelijke wetten bestaan, zullen die gaandeweg worden vervangen door een "ultra-liberaal" systeem dat hoegenaamd vrijwel geen garanties zal bieden voor het individu, maar vrij spel geeft aan de (grote) bedrijven. Erger: het verdrag zal op een zekere manier overheden verbieden hun eigen socialezekerheidssystemen te hebben en te beheren. In veruit de meeste gevallen worden overheden gedwongen om van de diensten van particuliere bedrijven gebruik te maken.

  • Het zij opgemerkt dat het gebruik van de term "ultra-liberaal" als kwalificatie van het huidige voorgestelde verdrag geenszins betekent dat het erom gaat een systeem te installeren dat gunstig is voor de "vrijheid" van de individuele persoon. Integendeel! Terwijl enerzijds grote bedrijven een wettelijk instrument wordt gegeven dat hen "grote vrijheden" zal toestaan (d.w.z. de mogelijkheid hun eigen voorwaarden op te leggen aan iedereen), ziet anderzijds het individu zich talloze rechten ontzegd (zelfs de rechten die thans al bestaan op nationaal niveau), zoals bv. het recht te staken en/of te demonstreren (hetgeen verboden zal kunnenworden), het recht gebruik te maken van een zelfgekozen medische behandelingswijze (die keus zal wettelijk worden beperkt), het recht op abortus (dat weer zou kunnen worden ingetrokken),en vele anderen.
Ook merken we op dat wanneer een artikel van het verdrag over "vrijheid" handelt, het er meestal om gaat een recht te geven aan de (grote) bedrijven (zoals in artikel I - 4  "Fundamentele vrijheden en non-discriminatie", dat de garantie geeft van "het vrije verkeer van personen, diensten, goederen en kapitaal", hetgeen in de praktijk kan betekenen dat bedrijven aldus het recht hebben stakingen en demonstraties te doen verbieden als deze dat "vrije verkeer" belemmeren; hetzelfde principe verstrekt de basis voor vele dienstenrichtlijnen die diverse sociale verworvenheden afbreken of aan religieuze organisaties (zoals in artikel II-70 "De vrijheid van gedachte, ..." die aan de grote religieuze organisaties het recht geeft hun visies op te leggen aan het regeringsbeleid), maar nooit aan de individuele persoon, voor zover dat zou ingaan tegen de belangen van de (grote) bedrijven en religieuze organisaties.



{jpageviews 00 right}