Tref.eu Webcafé

Klik op het logo en volg ons ook op:
640px-Twitter logo

Recent:

Meer onderwerpen »

Webcafé Login

Wie is online

We hebben 269 gasten en één lid online

  • katertje

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Met de spanning in de verkiezingscampagne wil het niet vlotten. Er is geen tweestrijd tussen Rutte en Wilders, geen nek-aan-nekrace die de kiezer zou kunnen opjagen. Er zijn ook geen fors groeiende volkspartijen met tegenstrijdige ideologische signaturen die elkaar hard de maat nemen. Een scherp duel blijft uit. Van de polarisatie in de samenleving is ook weinig zichtbaar nu Wilders, op een pretoptreden bij WNL na, bij debatten en interviews ontbreekt. En de andere grote partijen lijken te beroerd om die verdeeldheid serieus te behandelen.

Maar zie, ineens slaat de werkelijkheid terug. De ironie wil dat de verhoopte ’game changer’ in deze campagne in de vorm van een andere campagne komt: die van de Turkse overheid voor het referendum dat Erdogan aan dictatoriale almacht moet helpen. Die campagne, gevoerd op Westerse bodem, moet Duitse en Nederlandse Turken opzwepen de fascistoïde sultan in Ankara nog steviger in het zadel te drukken. Het is een hypocriete en brutale campagne, die de Westerse gastlanden van dit Turkse electoraat van nazipraktijken en ondemocratisch handelen beschuldigt, terwijl in Ankara de laatste restjes Turkse democratie gesmoord worden.

Van die humanitaire ramp, zonder bombardementen en ontheemden, zijn geen onthutsende beelden. Toch ontwricht Erdogans sloop van alle democratische controlemechanismen tientallen miljoenen levens. Een vernietiging die door veel West-Europese Turken wordt gesteund. Voor hen wordt deze campagne gevoerd, die teert op agressief nationalisme en blinde Erdogan-verering. Een campagne die het ondemocratische ressentiment levend houdt onder allochtonen die hier segregatie prefereren. Een campagne die ook onder Nederturken diepe verdeeldheid zaait, waarbij de seculieren onder hen of degenen die een islamistische dictatuur afwijzen het nakijken hebben. De psychologische terreur, het machtsvertoon, de dwingelandij en de dreigementen van Ankara bereiken Nederlandse straten en vergaderzalen en zorgen voor intimidatie, zwarte lijsten en arrestatiebevelen voor mensen zodra ze Turkije binnenkomen. Het zou de Nederlandse regering sieren als zij daadkrachtig haar democratisch gezinde burgers van Turkse komaf hiervoor zou behoeden.

Gebeurt dat? Onze regering onderzoekt juridische mogelijkheden om het bezoek van de Turkse minister te verbieden. Juristen menen dat het niet kan, alleen een burgemeester mag dat, met het oog op de openbare veiligheid. Daar heb je weer het beruchte ’kan niet’: dit land bevindt zich in een verlammende impasse met betrekking tot nieuwe maatregelen tegen segregatie, terreur, islamisering en buitenlandse inmenging. Verslaving aan het gemakzuchtige ’kan niet’ leidt tot vrees voor het ongemakkelijke ’kan wel’.

Waarom kan Rutte niet wat Aboutaleb kan, namelijk publieke opruiing verbieden? Waarom ontzegt hij niet de toegang aan Erdogans lakeien, pionnen die op oorlogspad zijn tegen de democratie? In plaats van de Turkse volksmenners tot ongewenste personen te verklaren, hoopt Rutte naar eigen zeggen dat Turkije, na vruchtbare gesprekken, van dit bezoek afziet. Tja, het vertrouwen in het kopje thee als diplomatieke kalmeringspil leeft nog steeds. Verder zijn kabinetsleden, onder wie vicepremier Asscher, boos dat de Turkse minister Nederlandse Turken ’onze burgers’ noemt. In welk beroerd toneelstuk zitten we nu opeens? Waarom zijn deze Erdogan-gedienstige houders van twee paspoorten plotseling geen burgers van Turkije? Erdogan spreekt juist diegenen aan die zich hier als Turkse burgers en blinde aanhangers van zijn regime profileren. Die minister die hier zieltjes komt winnen is niet het grootste probleem: hij is een symptoom van wat al lang gaande is, in de desintegrerende multiculturele samenleving. Hij is het symbool van mislukte integratie bij bepaalde groepen. Hij is de herinnering aan het feit dat de Nederlandse regering de zeggenschap kwijt is over een groot deel van de allochtone bevolking. Een deel dat bereid is actief verraad te plegen aan alle democratische waarden en praktijken die hun in Nederland vrijheid en welvaart hebben gebracht. Niet de retoriek van de Turkse minister is het probleem, maar de slappe houding van zoveel Nederlandse regeringen die ervoor gezorgd hebben dat die retoriek hier in goede aarde valt.

Word wakker, demissionair kabinet. Verbied de Turkse relminister de toegang. Komt hij toch, pak ’m op en zet hem direct uit. Geert Wilders heeft met dit advies nu eens groot gelijk. De confrontatie kan niet eindeloos worden uitgesteld, we kunnen niet toekijken hoe onbeschaamde tirannen de boel hier komen opschudden en verzieken. Leidt zo’n daad tot diplomatieke rellen? Vast, maar Turks machtsvertoon in Nederlandse steden is erger en ontoelaatbaar. Leidt ons nee tot straatrellen? Misschien, maar die botsing is toch niet te vermijden. Brengt dat de Turkije-deal in gevaar? Zeker, maar die overeenkomst is een gedrocht: machtsoverdracht aan een crimineel bewind door een reddeloze EU. Tijd voor verandering.

En laat ik niemand horen beweren dat politici campagnegaren spinnen bij dit ’incident’. Het is geen incident, maar een bedreigende constante die de sociale cohesie in Nederland vernietigt. Veelzeggend dat die nauwelijks in de campagnes wordt genoemd. Het is juist goed als politici hiermee eindelijk serieus aan de slag gaan. Het ’kan niet’-tijdperk moet voorbij zijn.